ECLI:NL:CRVB:2013:BY9656
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening WAO-uitkering na hersenbloeding
Appellant, een voormalig timmerman, meldde zich in 2002 ziek met enkel- en psychische klachten en ontving vanaf 2003 een WAO-uitkering. Na een hersenbloeding in 2008 meldde hij in 2010 toegenomen arbeidsongeschiktheid, waarop het UWV de herziening van zijn uitkering weigerde. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat het besluit op een toereikende medische en arbeidskundige grondslag berust.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de impact van zijn hersenbloeding groter is dan door het UWV aangenomen, onderbouwd met een Zintens Werkt rapport en een indicatiebesluit AWBZ-zorg. De Raad oordeelde dat het indicatiebesluit niet relevant is voor de WAO-beoordeling en dat het Zintens Werkt rapport onvoldoende waarde heeft vanwege het ontbreken van een medische validatie en het tijdsverloop.
Verder werd het arbeidskundig onderzoek als zorgvuldig beoordeeld, waarbij het opleidingsniveau van appellant terecht op niveau 4 is vastgesteld. De Raad concludeert dat het bestreden besluit zowel medisch als arbeidskundig toereikend is en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Hoger beroep tegen weigering herziening WAO-uitkering wordt ongegrond verklaard.