ECLI:NL:CRVB:2010:BM4993
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. de Mooij
- B.W.N. de Waard
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in bestuursrechtelijke procedure
Betrokkene vordert schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn in een bestuursrechtelijke procedure over de Wet inkomensvoorziening kunstenaars. De procedure omvatte een bestuurlijke fase en twee rechterlijke fasen bij de rechtbank, waarbij de totale duur ruim vier jaar bedroeg, terwijl de redelijke termijn op twee jaar werd gesteld.
De Raad overweegt dat de overschrijding zowel in de bestuurlijke fase als in de tweede rechtbankprocedure heeft plaatsgevonden. De Staat stelt dat de langere duur in de tweede rechtbankprocedure gecompenseerd wordt door een kortere eerste rechtbankprocedure, maar de Raad wijst dit af en benadrukt dat overschrijding per rechterlijke fase moet worden beoordeeld. Vertraging door de gemachtigde van betrokkene wordt niet als hoofdoorzaak gezien; de onduidelijkheid over de bevoegde rechtbank was doorslaggevend.
De Raad veroordeelt de Staat tot betaling van € 1.000,- en het College tot betaling van € 1.500,- aan betrokkene, naast proceskosten van € 161,- per partij. Deze uitspraak bevestigt het belang van tijdige behandeling in bestuursrechtelijke procedures en verduidelijkt de toerekening van overschrijding van redelijke termijnen.
Uitkomst: De Staat en het College worden veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.