ECLI:NL:CRVB:2010:BL4247
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toewijzing schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in bestuursrechtelijke procedure
Betrokkene stelde een verzoek tot schadevergoeding in wegens overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro tijdens een langdurige bestuursrechtelijke procedure over arbeidsongeschiktheidsverzekeringsaanspraken. De procedure duurde bijna twaalf jaar, waarbij de Raad eerder had vastgesteld dat sprake was van overschrijding in zowel de bestuurlijke als rechterlijke fase.
De Staat erkende de overschrijding en stelde een vergoeding van €3.000 redelijk, terwijl het UWV een totaalbedrag van €8.000 voorstelde, verdeeld over Staat en UWV. De Raad beoordeelde dat een redelijke termijn voor rechtbank en Raad tezamen drieënhalf jaar bedraagt en dat de overschrijding in de rechterlijke fase ten laste van de Staat komt.
De Raad verwierp het standpunt van het UWV dat de overschrijding per rechterlijke instantie moest worden beoordeeld en bevestigde dat de totale overschrijding moet worden bezien over rechtbank en Raad samen. Op basis hiervan stelde de Raad vast dat €3.000 ten laste van de Staat en €5.000 ten laste van het UWV moet worden toegekend.
Daarnaast veroordeelde de Raad zowel de Staat als het UWV tot betaling van de proceskosten van betrokkene, elk een bedrag van €322. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 17 februari 2010.
Uitkomst: De Staat en het UWV worden veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van respectievelijk €3.000 en €5.000 wegens overschrijding van de redelijke termijn.