ECLI:NL:CRVB:2010:BM5682
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in arbeidsongeschiktheidsuitkeringsprocedure
Betrokkene voerde een procedure tegen het UWV en de Staat inzake een arbeidsongeschiktheidsuitkering van haar overleden echtgenoot. De procedure duurde ruim dertien jaar, waarbij de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro aanzienlijk werd overschreden.
De Raad stelde vast dat het geschil begon op 19 januari 1996 en eindigde op 5 maart 2009. De overschrijding van de redelijke termijn bedroeg ruim negen jaar, waarvoor een vergoeding van €500 per half jaar werd toegekend, met een extra vergoeding van €500 wegens de lengte van de schadeprocedure.
De Raad wees de schadevergoeding toe aan betrokkene: €2.000 ten laste van de Staat en €8.000 ten laste van het UWV. Tevens werden proceskosten van €322 toegewezen, te verdelen tussen Staat en UWV. De Raad verwierp het verweer dat artikel 6 EVRM Pro niet van toepassing zou zijn, omdat het gezinsinkomen ook betrokkene raakte.
De uitspraak benadrukt het belang van een tijdige rechtsgang en bevestigt dat nabestaanden belanghebbenden kunnen zijn bij voortzetting van procedures over verdragsrechten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep kent betrokkene een schadevergoeding van €10.000 toe wegens overschrijding van de redelijke termijn.