ECLI:NL:CRVB:2010:BM6041
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- J.F. Bandringa
- E.E.V. Lenos
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens hennepkwekerij
Appellant ontving bijstand en werd geconfronteerd met intrekking en terugvordering van deze uitkering over een periode waarin in zijn woning een hennepkwekerij werd aangetroffen. Het Dagelijks Bestuur van Pentasz nam een besluit tot intrekking en terugvordering, waartegen appellant bezwaar maakte en vervolgens in beroep ging. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigde het besluit vanwege een bevoegdheidsgebrek en het ontbreken van een hoorzitting voorafgaand aan het nieuwe besluit.
De Raad oordeelde dat appellant niet vooraf gehoord hoefde te worden bij het nemen van een nieuw primair besluit met dezelfde inhoud. Verder werd vastgesteld dat de hennepkwekerij niet voor eigen gebruik was en dat appellant de inlichtingenverplichting had geschonden, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. De intrekking en terugvordering waren daarom terecht.
De Raad stelde echter vast dat de procedure ruim een jaar langer duurde dan de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro, waardoor het bestuursorgaan aansprakelijk was voor immateriële schade. De Raad veroordeelde het Dagelijks Bestuur tot betaling van een schadevergoeding van € 1.500 en in de proceskosten van appellant. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven in stand.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt vernietigd en het bestuursorgaan veroordeeld tot een schadevergoeding van € 1.500.