ECLI:NL:CRVB:2010:BM6089
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering WW-uitkering wegens schatting zelfstandige uren
Appellant ontving vanaf 15 februari 2001 een WW-uitkering berekend op basis van een arbeidsurenverlies van 20,95 uur per week, waarbij werd aangenomen dat hij 19 uur per week als zelfstandige werkte. Na signalen dat appellant mogelijk meer uren werkte, onderzocht het UWV dit en stelde vast dat appellant onjuiste verklaringen had afgelegd over zijn zelfstandige werkzaamheden. Het UWV herzag de uitkering met ingang van 4 maart 2002 en vorderde onverschuldigde betalingen terug.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij voldoende concrete gegevens had overgelegd om het aantal gewerkte uren vast te stellen en dat zijn winst niet was toegenomen. De Raad overwoog echter dat de overgelegde jaarstukken en financiële gegevens geen inzicht boden in het daadwerkelijk gewerkte aantal uren, waardoor het UWV bevoegd was tot een schatting.
De Raad benadrukte dat de omvang van de winst niet relevant is voor de vaststelling van het aantal gewerkte uren als zelfstandige. Gezien deze overwegingen bevestigde de Raad de eerdere uitspraak van de rechtbank Zutphen en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening en terugvordering van de WW-uitkering wordt bevestigd.