ECLI:NL:CRVB:2010:BM6152
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Blijvende volledige weigering WW-uitkering wegens vermeende verwijtbare werkloosheid
Appellante was in dienst bij een werkgever op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Na ziekte en herstel heeft zij de arbeidsovereenkomst opgezegd en een WW-uitkering aangevraagd, die door het UWV blijvend geheel werd geweigerd wegens verwijtbare werkloosheid.
De rechtbank vernietigde het besluit omdat appellante geen gelegenheid had gekregen haar bezwaar mondeling toe te lichten, maar handhaafde de rechtsgevolgen van het besluit. In hoger beroep stelt appellante dat zij door ernstige psychische problematiek niet in staat was weloverwogen beslissingen te nemen en dat het UWV onvoldoende medisch onderzoek heeft verricht.
De Raad oordeelt dat het UWV ten onrechte geen persoonlijk onderzoek door een bezwaarverzekeringsarts heeft laten verrichten en onvoldoende rekening heeft gehouden met de medische situatie van appellante, waaronder pleinvrees, concentratieproblemen en medicatiegebruik. De werkloosheid kan appellante niet in overwegende mate worden verweten. De Raad vernietigt het deel van de uitspraak dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand laat en beveelt het UWV een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd voor zover de rechtsgevolgen in stand blijven en het UWV moet een nieuw besluit nemen.