ECLI:NL:CRVB:2010:BM6746
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens verzwegen bankrekeningen en vermogensoverschrijding
Appellante ontving bijstand tot juni 2006 en had daarnaast bijzondere bijstand in 2004 en 2005. Via een bestandskoppeling met de belastingdienst kwam de gemeente Amsterdam erachter dat appellante vier bankrekeningen bezat die zij niet had opgegeven, met een saldo dat de vermogensgrens aanzienlijk overschreed. De gemeente herzag daarop de bijstand en vorderde het ten onrechte ontvangen bedrag van ruim €115.000 terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. Appellante had haar inlichtingenplicht geschonden door de bankrekeningen niet te melden, hetgeen essentieel was voor de rechtmatigheid van de bijstandsverlening. Zij slaagde er niet in aannemelijk te maken dat het vermogen tijdens de bijstandsperiode was opgebouwd door sparen uit de uitkering of kinderbijslag.
De Raad oordeelt dat het College terecht de bijstand heeft ingetrokken en het bedrag heeft teruggevorderd. Er zijn geen dringende of bijzondere omstandigheden die rechtvaardigen dat van terugvordering wordt afgezien. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.