ECLI:NL:CRVB:2011:BQ4384
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- E.J.M. Heijs
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenplicht over bankrekeningen en internetverkoop
Appellant ontving langdurig bijstand en verkocht incidenteel dvd's en cd's via internet. Na een heronderzoek in 2003 en een onderzoek door de sociale recherche bleek dat appellant meerdere bankrekeningen verzweeg en zijn vermogen jaarlijks toenam, mede door internetverkoop. Het College trok daarom de bijstand in en vorderde de kosten terug.
Appellant voerde aan dat de internetverkopen incidenteel waren en dat hij niet verplicht was deze inkomsten te melden, verwijzend naar een brief van het College uit 2003. Tevens stelde hij dat een deel van zijn vermogen afkomstig was van zijn moeder. De Raad oordeelde echter dat de verkoop niet incidenteel was, dat appellant geen betrouwbare administratie overlegde en dat hij onvoldoende aannemelijk maakte dat het vermogen uit bijstand bestond of van derden was.
De Raad bevestigde daarom het besluit van het College en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt bevestigd.