ECLI:NL:CRVB:2010:BM6784
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor kosten voedingssupplementen wegens ontbrekende medische noodzaak
Appellante, wonende in een verpleeghuis sinds 2005, verzocht het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam om bijzondere bijstand voor de kosten van voedingssupplementen. Het College wees dit af wegens het ontbreken van een medische noodzaak, zoals vereist in artikel 35, eerste lid, van de WWB. De rechtbank vernietigde het eerdere besluit omdat geen medisch advies was ingewonnen naar aanleiding van een verklaring van een orthomoleculair geneeskundige.
Het College vroeg vervolgens advies aan een GGD-arts, die concludeerde dat er geen medische noodzaak bestond voor de voedingssupplementen en dat de beweringen van de orthomoleculair geneeskundige niet medisch-wetenschappelijk waren onderbouwd. De Raad stelde vast dat de rechtbank ten onrechte een brief van de orthomoleculair geneeskundige niet had betrokken en vernietigde de uitspraak.
De Raad besloot de zaak zelf af te doen zonder terugwijzing, waarbij het advies van de GGD-arts en alle relevante stukken werden meegewogen. Gezien het ontbreken van objectieve medische gegevens die de conclusies van de GGD-arts weerspreken, oordeelde de Raad dat het College terecht de bijzondere bijstand heeft geweigerd. Het beroep werd ongegrond verklaard en het College werd veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de afwijzing van bijzondere bijstand voor voedingssupplementen wordt ongegrond verklaard.