ECLI:NL:CRVB:2010:BM7007
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet gemelde hennepkwekerij
Appellanten ontvingen bijstand van november 2002 tot augustus 2006. Na een melding van de politie over een hennepkwekerij in de woning van appellant is een onderzoek gestart naar de rechtmatigheid van de bijstand. Uit het onderzoek bleek dat appellanten inkomsten hadden uit de teelt en verkoop van hennep zonder dit te melden.
Het Dagelijks Bestuur trok de bijstand in en vorderde de kosten terug. De rechtbank verklaarde de beroepen van appellanten ongegrond. In hoger beroep betoogden appellanten dat het bewijs onrechtmatig was verkregen door een onrechtmatig huisbezoek. De Raad oordeelde dat het strafrechtelijk onderzoek en het daaropvolgende rechtmatigheidsonderzoek niet onrechtmatig waren, omdat er geen direct verband was met het onrechtmatige huisbezoek.
De Raad stelde vast dat de hennepkwekerij vanaf 2002 aanwezig was en dat appellanten de inlichtingenplicht hadden geschonden. Appellanten slaagden er niet in aannemelijk te maken dat de hennep voor eigen gebruik was. Door het ontbreken van administratie kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld. De Raad bevestigde de intrekking en terugvordering van de bijstand en wees de beroepen af.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet gemelde hennepkwekerij worden bevestigd.