ECLI:NL:CRVB:2013:2055
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens exploitatie hennepkwekerij
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB en werd geconfronteerd met een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam tot intrekking en terugvordering van bijstand over de periode van 6 mei 2009 tot 13 januari 2010, vanwege de exploitatie van een hennepkwekerij in zijn woning. Tevens werd een verlaging van de bijstand opgelegd wegens het schenden van de inlichtingenverplichting.
Appellant betwistte de exploitatie van de hennepkwekerij en stelde dat een kennis zonder zijn medeweten de kwekerij had opgezet tijdens zijn afwezigheid in Engeland. Hij voerde aan dat hij geen inkomsten uit de kwekerij had ontvangen en dat de hennepkwekerij niet vanaf mei 2009 zou zijn gestart.
De Raad oordeelde dat de aanwezigheid van een in werking zijnde hennepkwekerij in de woning en het ontbreken van een opgave door appellant de veronderstelling rechtvaardigen dat appellant de kwekerij (mede) exploiteerde. De deskundige rapportage over de duur en omvang van de hennepteelt werd als betrouwbaar beoordeeld. Appellant slaagde er niet in aannemelijk te maken dat hij niet betrokken was bij de kwekerij of dat deze later was gestart. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.