ECLI:NL:CRVB:2010:BM9287
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering wegens geschiktheid voor aangepaste functie
Appellante, die sinds een hartinfarct in 2004 arbeidsongeschikt was, kreeg per 10 januari 2008 haar Ziektewet-uitkering beëindigd omdat zij geschikt werd geacht voor andere functies met minder dan 35% inkomensverlies. Na bezwaar en medisch onderzoek werd haar functionele mogelijkhedenlijst aangepast en concludeerde een arbeidsdeskundige dat zij geschikt was voor de functie van parkinghost.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit van het UWV ongegrond, en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. De Raad oordeelde dat appellante niet meer wegens ziekte of gebrek ongeschikt is voor arbeid, waarbij rekening is gehouden met haar medische beperkingen, waaronder het hartinfarct en buikklachten.
Appellante voerde aan dat zij door haar beperkingen niet geschikt zou zijn voor de functie van parkinghost, met name door traplopen en blootstelling aan koude. De Raad stelde vast dat de functionele mogelijkhedenlijst beperkingen voor koude bevatte, maar geen beperking voor traplopen, en dat de functie van parkinghost niet ongeschikt is op deze gronden.
De Raad vond geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en bevestigde het bestreden besluit dat de Ziektewet-uitkering terecht is beëindigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de Ziektewet-uitkering terecht is beëindigd omdat appellante geschikt is voor de functie van parkinghost.