ECLI:NL:CRVB:2010:BM9390
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens tijdelijke niet-beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt
Appellante diende een aanvraag in voor een WW-uitkering met ingang van 1 juli 2007. Zij gaf aan tijdelijk niet of minder beschikbaar te zijn voor werk vanwege zwangerschap, met een verwachte beschikbaarheid vanaf 1 januari 2008. Het UWV wees de aanvraag af omdat appellante niet beschikbaar was voor de arbeidsmarkt in de periode tot 1 januari 2008. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat zij wel beschikbaar was en actief naar werk zocht, onder andere via uitzendbureaus en internet. De Raad oordeelde echter dat appellante geen bewijsstukken overlegde ter ondersteuning van haar stellingen, waardoor haar eigen opgave van niet-beschikbaarheid niet in twijfel kon worden getrokken. Ook de vermeende inschrijving bij het CWI was niet aantoonbaar in het dossier.
De Raad merkte op dat het UWV in beginsel mag afgaan op de opgave van de verzekerde en dat het aan appellante was om aannemelijk te maken dat deze opgave onjuist was. De stelling dat de niet-beschikbaarheid was geadviseerd door een CWI-medewerkster deed hieraan niet af, aangezien appellante dit ook zelf al had aangegeven bij de aanvraag.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om schadevergoeding af. Tevens werd geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WW-uitkering wegens tijdelijke niet-beschikbaarheid en wijst het verzoek om schadevergoeding af.