ECLI:NL:CRVB:2010:BM9517
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheidsuitkeringen Wajong en Ziektewet bij appellant met doofheid en medische beperkingen
Appellant, doof geworden door meningitis op jonge leeftijd, werkte tot 2002 als timmerman en meldde zich in 2002 ziek met diverse klachten. Het UWV weigerde een WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid. In 2007 vroeg appellant een Wajong-uitkering aan, die werd afgewezen op basis van medische en arbeidskundige rapporten.
De rechtbank vernietigde het bezwaarbesluit deels, maar handhaafde de weigering van ziekengeld op grond van een neuropsychiatrisch oordeel dat appellant meerdere functies kon vervullen. In hoger beroep betoogde appellant dat hij al op jonge leeftijd volledig arbeidsongeschikt was, onder meer op basis van medische brieven en toestemming van de sociale dienst om met behoud van uitkering te werken.
De Raad concludeerde dat het risico van onduidelijkheid bij late melding voor appellant blijft en dat de medische en arbeidskundige rapporten voldoende onderbouwd zijn. De Raad achtte de functies passend en vond geen aanwijzingen dat appellant eerder dan 2003 ernstige beperkingen had. De weigering van uitkeringen werd bevestigd, waarbij het UWV de aanvraag op grond van de AAW moest beoordelen. De neuropsychiater hield rekening met het cochleair implantaat in zijn oordeel.
De Raad wees proceskostenveroordeling af en bevestigde beide aangevallen uitspraken, waarmee de weigering van de Wajong- en Ziektewetuitkeringen stand hield.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om appellant een Wajong- en Ziektewetuitkering toe te kennen.