ECLI:NL:CRVB:2007:BA0905
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Weigering WAJONG-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid per 1 september 1978
Appellant, die sinds 1973 een oog verloor en later visuele beperkingen ontwikkelde, vroeg een WAJONG-uitkering aan wegens arbeidsongeschiktheid. Het UWV stelde de eerste arbeidsongeschiktheidsdag arbitrair vast en weigerde de uitkering, waarna bezwaar en beroep volgden. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het tweede besluit ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat appellant op 1 september 1978 minder dan 25% arbeidsongeschikt was.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn visusproblemen onderschat waren en dat nader onderzoek naar bepaalde functies noodzakelijk was. De Raad overwoog dat appellant onvoldoende medische onderbouwing leverde om het besluit onjuist te achten. De Functionele Mogelijkheden Lijst uit 1973, die ook op 1 september 1978 van toepassing was, gaf een juiste inschatting van zijn belastbaarheid.
De Raad concludeerde dat appellant met zijn handicap op de datum in kwestie niet als arbeidsongeschikt in de zin van de destijds geldende Algemene Arbeidsongeschiktheidswet kon worden beschouwd. De weigering van de WAJONG-uitkering werd daarom bevestigd, waarbij de Raad het besluit las als een weigering op grond van de AAW, omdat de WAJONG pas in 1998 in werking trad.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAJONG-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid per 1 september 1978.