ECLI:NL:CRVB:2010:BN1288
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en intrekking bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht en overschrijding vermogensgrens
Appellante ontving bijstand vanaf 1996, aanvankelijk als alleenstaande ouder en later als alleenstaande. Uit onderzoek van de Sociale Recherche bleek dat zij niet alle bankrekeningen had opgegeven en dat haar kinderen al sinds 1999 bij hun vader woonden, wat zij niet had gemeld. Het College herzag daarom de bijstand over de periode van 1999 tot 2003 en vorderde ten onrechte ontvangen bijstand terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna zij in hoger beroep ging. Appellante voerde aan dat een deel van het vermogen aan haar zus toebehoorde en dat de kinderen tot 2003 bij haar woonden. De Raad oordeelde dat deze stellingen onvoldoende aannemelijk waren en wees de verklaringen van appellante en haar gemachtigde af wegens gebrek aan bewijs en inconsistenties.
De Raad bevestigde dat appellante de inlichtingenplicht had geschonden en dat de vermogensgrens was overschreden. De bijstand was daarom terecht herzien en ingetrokken. De Raad zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en intrekking van de bijstandsuitkering wegens schending van de inlichtingenplicht en overschrijding van de vermogensgrens.