ECLI:NL:CRVB:2010:BN1341
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bedrijfskapitaal en bijstand wegens niet-levensvatbaar bedrijf
Appellante, die sinds 2000 een winkel in exotische levensmiddelen exploiteert, vroeg in 2005 bijstand aan vanwege omzetverlies door sloop- en renovatiewerkzaamheden in de buurt. Na toekenning van algemene bijstand met voorwaarden voor omzetstijging, bleek eind 2006 dat de omzet niet voldeed aan de gestelde eisen. Appellante vroeg daarop bedrijfskapitaal en bijstand aan op grond van het Bbz 2004.
Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam vroeg het IMK om advies, dat op 20 februari 2007 concludeerde dat het bedrijf niet levensvatbaar is. Op basis hiervan wees het College de aanvraag af. Na bezwaar en een aanvullend advies van het IMK bleef het oordeel ongewijzigd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
In hoger beroep stond de levensvatbaarheid centraal. De Raad bevestigde dat het bedrijf niet levensvatbaar is, omdat de noodzakelijke omzetstijging niet haalbaar is gezien de slechte winkeluitstraling, concurrentie en aanhoudende bouwwerkzaamheden. Het IMK-advies werd als deskundig en zorgvuldig beoordeeld, zonder feitelijke onjuistheden of ondeugdelijke motivering. De eigen verwachtingen van appellante waren onvoldoende om het oordeel te weerleggen.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag voor bedrijfskapitaal en bijstand wordt bevestigd.