ECLI:NL:CRVB:2010:BN2201
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- H.G. Rottier
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WW-uitkering wegens volledige zelfstandige arbeid vanaf 1 mei 2006
Appellant was tot 1 mei 2006 werknemer als inkoper bloemen en was daarnaast sinds 1 januari 2006 als zelfstandige ingeschreven. Na ontbinding van zijn arbeidsovereenkomst per 1 mei 2006 vroeg hij een WW-uitkering aan, die door het UWV werd afgewezen omdat appellant volgens het UWV vanaf die datum volledig als zelfstandige werkzaam was en zijn werknemerschap had verloren.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat het UWV onvoldoende onderzoek had gedaan naar het aantal uren dat hij als zelfstandige werkte en stelde dat hij niet volledig als zelfstandige werkzaam was. De Raad oordeelde echter dat appellant vanaf 1 mei 2006 werkloos was geworden en dat het feit dat hij als zelfstandige werkte, het recht op WW-uitkering beëindigde voor het aantal uren dat hij als zelfstandige werkte.
De Raad nam mee dat appellant geen volledige onderbouwing gaf van zijn gewerkte uren en dat indirecte uren zoals reistijd en acquisitie ook tot zelfstandige arbeid behoren. Gezien de omstandigheden concludeerde de Raad dat appellant vanaf 1 mei 2006 volledig als zelfstandige werkte en zijn werknemerschap had verloren. Het hoger beroep werd afgewezen en het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen omdat appellant vanaf 1 mei 2006 volledig als zelfstandige werkzaam was en geen recht had op WW-uitkering.