ECLI:NL:CRVB:2010:BN2486
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen urenbeperking bij beoordeling arbeidsongeschiktheid volgens WAO
Betrokkene ontving vanaf 10 februari 2004 een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 45 tot 55%. Appellant trok deze uitkering per 4 juli 2005 in, omdat betrokkene volgens medisch en arbeidsdeskundig onderzoek minder dan 15% arbeidsongeschikt was en in staat werd geacht haar maatgevende arbeid volledig te verrichten.
De rechtbank oordeelde aanvankelijk dat het besluit in strijd was met het zorgvuldigheidsbeginsel omdat het onderzoek ontbrak aan een toetsing aan de Standaard Verminderde arbeidsduur en onvoldoende rekening hield met de wens tot geleidelijke urenuitbreiding. De Raad heropende het onderzoek en benoemde een onafhankelijke reumatoloog als deskundige.
De deskundige concludeerde dat betrokkene een chronisch benigne pijnsyndroom had, maar dat er geen reden was voor een urenbeperking. De Raad volgde deze conclusie en oordeelde dat appellant de belastbaarheid van betrokkene juist had vastgesteld. De eerdere uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Raad verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat betrokkene in staat is de maatgevende arbeid volledig te verrichten zonder urenbeperking.