ECLI:NL:CRVB:2010:BN2515
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen waarschuwing in privaatrechtelijke arbeidsovereenkomst gemeente Amsterdam
Appellant sloot op 20 maart 2006 een privaatrechtelijke arbeidsovereenkomst met de gemeente Amsterdam, waarna zijn bijstand per 1 april 2006 werd beëindigd. Op 19 februari 2007 ontving appellant een waarschuwing wegens ongeoorloofd gedrag, met het risico op ontslag bij herhaling. Het College verklaarde het bezwaar tegen deze waarschuwing niet-ontvankelijk omdat het geen bestuursbesluit betrof.
De rechtbank vernietigde dit besluit wegens gewijzigde motivering, maar handhaafde de rechtsgevolgen van de waarschuwing. Appellant stelde in hoger beroep dat de waarschuwing wel een bestuursbesluit is, verwijzend naar de Afstemmingsverordening WWB.
De Raad oordeelde dat de arbeidsovereenkomst privaatrechtelijk is en dat de waarschuwing op grond van de Arbeidsvoorwaardenregeling WWB een civielrechtelijke sanctie betreft. Omdat appellant geen bijstandsgerechtigde meer is, is de Afstemmingsverordening niet van toepassing. De waarschuwing is geen besluit in de zin van de Awb en het bezwaar is terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Verder verwierp de Raad het beroep op artikel 6 EVRM Pro omdat appellant toegang heeft tot de civiele rechter. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het bezwaar tegen de waarschuwing is niet-ontvankelijk verklaard.