ECLI:NL:CRVB:2010:BN2534
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- A.B.J. van der Ham
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens termijnoverschrijding bij adreswijziging
Appellant ontving sinds 1992 een nabestaandenuitkering, die door de Sociale verzekeringsbank (Svb) werd beëindigd per 31 augustus 2000 wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding. De Svb vorderde vervolgens terugbetaling van te veel ontvangen uitkeringen over de periode oktober 2000 tot augustus 2006.
Bij besluit van 7 maart 2007 verklaarde de Svb de bezwaren van appellant ongegrond. Appellant stelde echter pas op 6 januari 2009 beroep in tegen dit besluit, ruim na de wettelijke termijn van zes weken. De rechtbank oordeelde aanvankelijk ontvankelijkheid omdat het besluit niet aangetekend was verzonden en er geen bewijs was van verzending naar het juiste adres.
De Centrale Raad van Beroep stelt echter vast dat het besluit op het laatst bij de Svb bekende adres is verzonden, terwijl appellant in die periode verhuisde zonder dit door te geven. Hierdoor is het besluit rechtsgeldig bekendgemaakt en is het beroep te laat ingediend. Er is geen sprake van een verschoonbare termijnoverschrijding. De Raad vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep niet-ontvankelijk en veroordeelt de Svb in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 7 maart 2007 wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.