ECLI:NL:CRVB:2010:BN2585
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing eerdere ingangsdatum IOAW-uitkering wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellant had een IOAW-uitkering tot 1 maart 2007 in de gemeente Heerlen, die later werd ingetrokken en teruggevorderd. Na verhuizing naar de gemeente Brunssum vroeg hij op 19 april 2007 opnieuw een IOAW-uitkering aan. Het Dagelijks Bestuur kende deze toe vanaf die datum, maar appellant wilde een eerdere ingangsdatum.
De rechtbank vernietigde het besluit wegens een bevoegdheidsgebrek, maar handhaafde de rechtsgevolgen. In hoger beroep betoogde appellant dat hij door zijn ongeletterdheid en gebrekkige informatie van gemeenten niet eerder een aanvraag kon doen, en dat de terugvordering van de eerdere uitkering hem financieel benadeelde.
De Raad oordeelde dat het de verantwoordelijkheid van appellant was tijdig een uitkering aan te vragen en dat zijn persoonlijke omstandigheden en de gebrekkige informatie van gemeenten geen bijzondere omstandigheden vormden. Ook de terugvordering van de eerdere uitkering leidde niet tot een recht op uitkering over die periode.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd dat de IOAW-uitkering niet met terugwerkende kracht wordt toegekend.