ECLI:NL:CRVB:2008:BC3929
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing terugwerkende toekenning IOAW-uitkering en schadevergoeding
Appellant vroeg op 29 maart 2005 een IOAW-uitkering aan als aanvulling op zijn WAO-uitkering, met terugwerkende kracht tot 2 maart 2005, de datum waarop zijn WW-uitkering eindigde. Het College kende de uitkering toe met ingang van 29 maart 2005, de datum van aanvraag, en wees een eerdere ingangsdatum af.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze beslissing ongegrond, omdat appellant zich niet eerder dan 29 maart 2005 bij het CWI had gemeld. Appellant stelde dat hij niet tijdig geïnformeerd was over het einde van zijn WW-uitkering, maar de rechtbank vond dat hij op 1 juni 2004 al kennis had van een brief waarin het einde van de WW-uitkering werd genoemd.
De Raad onderschreef dit oordeel en stelde dat appellant geen bijzondere omstandigheden had aangevoerd die een eerdere uitkeringsdatum zouden rechtvaardigen. Ook het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en zag geen reden tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de IOAW-uitkering niet met terugwerkende kracht wordt toegekend en wijst het verzoek om schadevergoeding af.