ECLI:NL:CRVB:2010:BN3272
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering Wajong-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant diende op 14 mei 2007 een laattijdige aanvraag in voor een Wajong-uitkering. Het UWV weigerde deze uitkering omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 25% zou bedragen per 14 mei 2006, de beoordelingsdatum. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het UWV zorgvuldig had gehandeld en de functies passend waren.
Appellant voerde aan dat het besluit onzorgvuldig was voorbereid, dat relevante informatie niet was afgewacht en dat hij niet correct was gehoord. Ook stelde hij dat de functie medewerker keuken ongeschikt was vanwege samenwerkingsproblemen door zijn stoornis.
De Raad stelde vast dat het UWV na tussenkomst van de Raad een nieuw besluit nam en het eerdere introk. De beoordeling van de arbeidsongeschiktheid per 14 mei 2006 was juist, omdat appellant toen een laattijdige aanvraag had gedaan en geen bijzonder geval was. De arbeidskundige rapportages waren overwegend zorgvuldig, maar de functie medewerker keuken werd terecht als ongeschikt beoordeeld vanwege onvoldoende onderbouwing van de bijzondere belasting.
De Raad vernietigde het eerdere besluit en verklaarde het beroep gegrond, maar verklaarde het beroep tegen het besluit van 21 mei 2001 ongegrond. Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellant.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 31 januari 2008 wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd; het beroep tegen het besluit van 21 mei 2001 wordt ongegrond verklaard.