ECLI:NL:CRVB:2011:BQ0923
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrondverklaring beroep Wajong-uitkering wegens laattijdige aanvraag
Betrokkene vroeg op 25 mei 2008 een Wajong-uitkering aan vanwege in 2004 ontstane armklachten en andere beperkingen. Het UWV weigerde de uitkering omdat de arbeidsongeschiktheid op en na 25 mei 2007 minder dan 25% bedroeg. De rechtbank oordeelde onjuist dat de beoordeling op de dag van de 18e verjaardag van betrokkene had moeten plaatsvinden en vernietigde het besluit.
De Centrale Raad stelt vast dat geen sprake is van een bijzonder geval dat een eerdere ingangsdatum dan één jaar voor de aanvraag rechtvaardigt. Betrokkene heeft deze beoordelingsdatum niet bestreden, waardoor de rechtbank buiten de procesmatige grenzen trad door dit ambtshalve te corrigeren. Daarom wordt de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
De Raad beoordeelt vervolgens zelf de medische en arbeidskundige gronden en concludeert dat de arbeidsongeschiktheid per 25 mei 2007 inderdaad minder dan 25% bedroeg. De bezwaren van betrokkene over de voorgehouden functies worden verworpen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de Wajong-uitkering wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.