ECLI:NL:CRVB:2010:BN4041
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV inzake niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen verlaging WW-uitkering
Appellante had bezwaar gemaakt tegen de verlaging van haar WW-uitkering per 13 september 2007. Het UWV verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn, omdat het besluit van 3 oktober 2007 volgens het UWV niet tijdig was bekendgemaakt.
De rechtbank Rotterdam oordeelde dat de bezwaartermijn was begonnen na de betaalspecificatie van 21 november 2007 en verklaarde het bezwaar te laat. Appellante maakte hiertegen hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad stelde vast dat het besluit van 3 oktober 2007 wel degelijk een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht is en dat de bezwaartermijn is aangevangen op 25 april 2008, nadat appellante telefonisch contact had gezocht en het besluit op 24 april 2008 was toegezonden.
Omdat het bezwaar op 5 mei 2008 was ontvangen, was het tijdig ingediend. De Raad vernietigde het bestreden besluit en beval het UWV een nieuw besluit op het bezwaar te nemen. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het bezwaar van appellante tegen de verlaging van haar WW-uitkering is tijdig ingediend; het bestreden besluit wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen.