ECLI:NL:CRVB:2010:BN5011
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.A. Kooijman
- R. Kooper
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugvordering leenbijstand wegens ontbreken deugdelijke wettelijke grondslag
Appellant had van het College bedrijfskredieten ontvangen in de vorm van leenbijstand. Het College vorderde terugbetaling van de openstaande leenbijstand en achterstallige rente op grond van artikel 47 van Pro het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004). De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze terugvordering ongegrond.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het besluit van het College niet op een deugdelijke wettelijke grondslag berust omdat artikel 47 Bbz Pro 2004 niet van toepassing is op de terugvordering van bedrijfskredieten. De rechtbank heeft dit niet onderkend, waardoor de aangevallen uitspraak wordt vernietigd.
De Raad stelt vast dat het College op grond van artikel 41, vijfde lid, Bbz 2004 wel gehouden is tot terugvordering van de openstaande lening en rente nu de maximale periode van uitstel van aflossing is verstreken. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven daarom in stand. Het verzoek van appellant tot schadevergoeding wordt afgewezen en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het besluit tot terugvordering van leenbijstand wordt vernietigd wegens ontbreken deugdelijke wettelijke grondslag, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.