ECLI:NL:CRVB:2010:BN6387
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- T. Hoogenboom
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Beslissing over het tijdstip van arbeidsurenverlies bij beëindiging dienstverband en toepassing Regeling gelijkstelling uren WW
Betrokkene was werkzaam als boekhoudkundig medewerkster en kreeg op 29 oktober 2008 een vaststellingsovereenkomst met haar werkgever, waarbij de arbeidsovereenkomst met ingang van 1 december 2008 eindigde. Voor die datum was zij vrijgesteld van werkzaamheden, maar zij ontving nog loon.
Het UWV kende haar een WW-uitkering toe op basis van een arbeidsurenverlies dat op 1 oktober 2008 was ingetreden. Betrokkene maakte bezwaar tegen dit besluit en de voorzieningenrechter verklaarde het bezwaar gegrond, oordelend dat er sprake was van betaald verlof en geen arbeidsurenverlies.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat het feitelijk arbeidsurenverlies op 1 oktober 2008 is ingetreden, omdat betrokkene vanaf die datum geen werk meer kreeg aangeboden en noch werkgever noch werknemer een hervatting van werkzaamheden beoogde. De situatie komt feitelijk overeen met non-actiefstelling en niet met betaald verlof.
De Raad wijst het beroep op de Regeling gelijkstelling niet-gewerkte uren met gewerkte uren af, omdat deze regeling alleen ziet op uren voorafgaand aan het arbeidsurenverlies en niet op de periode daarna waarin loon werd doorbetaald zonder arbeid.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van betrokkene ongegrond, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.