ECLI:NL:CRVB:2012:BV3547
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toekenning WW-uitkering met juiste berekening gemiddeld arbeidsurenverlies
Appellant, werkzaam in twee dienstbetrekkingen waaronder als militair ambtenaar, kreeg een WW-uitkering toegekend door het UWV waarbij het gemiddeld aantal arbeidsuren (GAA) slechts op basis van één dienstbetrekking werd berekend. Het UWV liet de uren als militair ambtenaar buiten beschouwing en stelde deze aan als vrij te laten uren.
De rechtbank vernietigde het besluit deels, oordeelde dat appellant ook als militair ambtenaar werknemer in de zin van de WW is, maar handhaafde de berekening van het GAA zonder de uren van de militaire dienstbetrekking mee te nemen. Appellant ging in hoger beroep tegen deze vaststelling omdat geen rekening was gehouden met overwerkuren en het bijzondere arbeidspatroon als militair.
De Raad oordeelt dat het UWV en de rechtbank ten onrechte niet het totaal aantal uren van beide dienstbetrekkingen gezamenlijk hebben betrokken bij de GAA-bepaling. De Raad stelt het gemiddeld arbeidsurenverlies vast op 49,04 uur per week, waarbij 40 uur van de reguliere dienstbetrekking en 9,04 uur als militair ambtenaar worden meegenomen. Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het UWV veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het gemiddeld arbeidsurenverlies wordt vastgesteld op 49,04 uur per week en het besluit van het UWV wordt vernietigd.