ECLI:NL:CRVB:2010:BN7787
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Herziening vaststelling mate arbeidsongeschiktheid directeur-grootaandeelhouder voor WAO-uitkering
De zaak betreft een hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) tegen een uitspraak van de rechtbank Breda over de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid van betrokkene, een directeur-grootaandeelhouder (dga), per 1 april 2006.
De rechtbank had geoordeeld dat het UWV ten onrechte geen rekening had gehouden met het niet-uitkeren van vakantiegeld over april en mei 2006, waardoor betrokkene recht zou hebben op een WAO-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheidsklasse van 45 tot 55%. Het UWV stelde echter dat de vaststelling van de arbeidsongeschiktheid moet worden gebaseerd op het feitelijk verdiende loon over een langere periode, wat leidt tot een indeling in de klasse van 35 tot 45%.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat voor dga's aansluiting moet worden gezocht bij het feitelijk verdiende loon over een langere periode, zoals vastgesteld door de belastingdienst. Ook als het vakantiegeld buiten beschouwing wordt gelaten, leidt dit tot een lagere arbeidsongeschiktheidsklasse. De Raad vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van het UWV ongegrond.
Betrokkene heeft geen verweerschrift ingediend en heeft berust in de eerdere uitspraak. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 17 september 2010.
Uitkomst: Het beroep van het UWV wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Breda wordt vernietigd.