ECLI:NL:CRVB:2010:BN9423
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- W. van den Brink
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting over woonadres
Betrokkene ontving vanaf november 2004 bijstand en gaf een woonadres op. Naar aanleiding van informatie stelde de Sociale Recherche een onderzoek in naar de rechtmatigheid van de bijstand. Dit onderzoek toonde een extreem laag water-, gas- en elektriciteitsverbruik aan op het opgegeven adres, wat duidde op het ontbreken van feitelijk verblijf. Ook reageerde betrokkene niet op uitnodigingen van de sociale recherche.
Het College van burgemeester en wethouders trok de bijstand per 1 april 2007 in wegens schending van de inlichtingenverplichting. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het besluit, stellende dat de onderzoeksbevindingen onvoldoende waren. De Centrale Raad van Beroep oordeelde anders en vond de onderzoeksrapporten toereikend als grondslag.
De Raad stelde vast dat betrokkene de inlichtingenverplichting heeft geschonden door onjuiste informatie over zijn woonadres te verstrekken, waardoor niet kon worden vastgesteld of hij recht had op bijstand. De intrekking was daarom terecht. Wel vernietigde de Raad het besluit op bezwaar wegens onvoldoende motivering, maar liet de rechtsgevolgen van het intrekkingsbesluit in stand.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand per 1 april 2007 wordt bevestigd ondanks vernietiging van het besluit op bezwaar.