ECLI:NL:CRVB:2010:BN9625
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- R.H.M. Roelofs
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens weigering medewerking huisbezoek
Appellante ontving sinds maart 2007 bijstand als alleenstaande ouder. Naar aanleiding van een interne melding over de woonsituatie van appellante, waarbij haar ex-partner mogelijk bij haar verbleef, startte de gemeente een onderzoek. Dit onderzoek omvatte dossieronderzoek, navraag bij diverse instanties en observaties, waarna een huisbezoek werd gepland. Appellante weigerde medewerking aan dit huisbezoek.
Het College van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer schortte vervolgens de bijstand op en trok deze in per 25 juni 2009, omdat appellante niet de benodigde informatie verstrekte. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, en ook in hoger beroep oordeelde de Centrale Raad van Beroep dat het College terecht handelde.
De Raad stelde vast dat er op basis van concrete feiten, zoals registratie van de ex-partner op het adres van appellante en observaties van diens aanwezigheid, een redelijke grond bestond voor het huisbezoek. De weigering van appellante om mee te werken, ondanks waarschuwing voor de gevolgen, rechtvaardigde de intrekking van de bijstand. Haar argumenten over bedreiging door een buurman werden niet voldoende onderbouwd geacht.
De Raad bevestigde daarmee het besluit van het College en zag geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wegens weigering medewerking aan het huisbezoek wordt bevestigd.