ECLI:NL:CRVB:2013:BZ0243
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking bijstand wegens onjuiste weigering huisbezoeken
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder. Het college trok deze bijstand in omdat zij weigerde mee te werken aan huisbezoeken, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Na verschillende aanvragen en onderzoeken wees het college de bijstand opnieuw af wegens onvoldoende medewerking.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het college ten onrechte had geconcludeerd dat appellante met grote regelmaat huisbezoeken had geweigerd. Op de enige relevante datum was het huisbezoek niet gelukt, maar appellante was niet persoonlijk gesproken of gezien, zodat geen expliciete weigering kon worden vastgesteld.
De Raad stelde vast dat het college het besluit niet zorgvuldig had voorbereid en dat het niet berustte op een deugdelijke feitelijke grondslag. De Raad vernietigde het bestreden besluit en droeg het college op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, met inachtneming van de overwegingen in deze uitspraak.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot intrekking van de bijstand wordt vernietigd en het college wordt opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen.