ECLI:NL:CRVB:2010:BN9987
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in WAO-uitkeringsprocedures
Betrokkene voerde hoger beroep tegen uitspraken van de rechtbank Leeuwarden over zijn recht op een WAO-uitkering. De procedures betroffen de toekenning en de eerstejaarsherbeoordeling van de arbeidsongeschiktheid. De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat de redelijke termijn in beide procedures aanzienlijk was overschreden, respectievelijk ruim zeven jaar en ruim zes jaar.
De Raad beoordeelde dat de overschrijding deels aan het Uwv en deels aan de rechter te wijten was. De tweede procedure lag in het verlengde van de eerste en verliep grotendeels gelijktijdig, waardoor geen extra frustratie ontstond. Daarom werd voor de tweede procedure volstaan met de constatering van de termijnoverschrijding zonder extra schadevergoeding.
De totale schadevergoeding werd vastgesteld op €3.500,-, waarvan €3.000,- voor rekening van de Staat en €500,- voor het Uwv. Daarnaast werden de proceskosten van €322,- verdeeld tussen Staat en Uwv. De uitspraak benadrukt de toepassing van artikel 6 EVRM Pro en de criteria voor beoordeling van redelijke termijnen in bestuursrechtelijke procedures.
Uitkomst: De redelijke termijn is overschreden, wat leidt tot een schadevergoeding van €3.500,-, waarvan €3.000,- door de Staat en €500,- door het Uwv te betalen.