ECLI:NL:CRVB:2010:BN2722
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.A. Kooijman
- R.H.M. Roelofs
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging bijstand wegens niet verschijnen arbeidsinschakelingsgesprek
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het College beëindigde de bijstand met ingang van 7 mei 2007 omdat appellant niet was verschenen bij twee oproepen voor gesprekken over zijn arbeidsinschakeling op 7 en 14 mei 2007. Het College stelde dat dit onvoldoende medewerking betrof volgens artikel 54 WWB Pro.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, maar in hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep anders. De Raad stelt vast dat het niet verschijnen niet kwalificeert als onvoldoende medewerking in de zin van artikel 54 WWB Pro, omdat de gesprekken uitsluitend gericht waren op arbeidsinschakeling en niet op het recht op bijstand. Volgens de Raad is artikel 18 WWB Pro van toepassing, dat bij onvoldoende medewerking aan arbeidsinschakeling een verlaging van bijstand voorschrijft, niet intrekking.
De Raad vernietigt het besluit van het College en draagt op een nieuw besluit te nemen. Tevens veroordeelt de Raad het College in de proceskosten van appellanten. De zaak benadrukt het onderscheid tussen medewerking aan het recht op bijstand en medewerking aan arbeidsinschakeling binnen de WWB.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van bijstand wegens niet verschijnen bij arbeidsinschakelingsgesprekken wordt vernietigd en het College dient een nieuw besluit te nemen.