ECLI:NL:CRVB:2006:AZ3290
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- G.A.J. van den Hurk
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing van maatregelen bij weigering passende arbeid onder WWB
Appellant ontving een bijstandsuitkering onder de Wet werk en bijstand (WWB) en kreeg twee maatregelen opgelegd wegens weigering van passend werk aangeboden via uitzendbureau Agros. De eerste maatregel betrof een verlaging van 100% van de bijstand gedurende een maand wegens weigering van een baan bij een zonweringsbedrijf. De tweede maatregel betrof een verlaging van 100% gedurende twee maanden wegens vermeende weigering van een andere baan, waarbij appellant niet bereikbaar was voor een kennismakingsgesprek.
De Raad oordeelt dat de eerste maatregel terecht is opgelegd omdat appellant zonder geldige reden passende arbeid heeft geweigerd. De tweede maatregel wordt echter vernietigd omdat onvoldoende is aangetoond dat appellant daadwerkelijk passende arbeid heeft geweigerd; het College heeft onvoldoende onderzoek gedaan en appellant niet gehoord. De Raad legt daarom zelf een maatregel op van 10% bijstandsweigering gedurende een maand, conform het Maatregelenbesluit.
Verder oordeelt de Raad dat het College onrechtmatig heeft gehandeld door de bijstand over juli en augustus 2004 geheel te weigeren, waardoor appellant recht heeft op schadevergoeding inclusief wettelijke rente. Het College wordt veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van het betaalde griffierecht. De uitspraak van de rechtbank Alkmaar wordt vernietigd en het beroep wordt gegrond verklaard.
Uitkomst: De Raad vernietigt de tweede maatregel wegens onvoldoende motivering, legt een aangepaste maatregel op en veroordeelt het College in proceskosten en schadevergoeding.