ECLI:NL:CRVB:2010:BO1106
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C. van Viegen
- E.J.M. Heijs
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om wraking van rechters in hoger beroep WWB-zaken
Verzoeker stelde in hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam een wrakingsverzoek in tegen de leden van de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep. Hij baseerde dit verzoek op vermeende vooringenomenheid van de rechters, onder meer omdat de Raad geen gehoor gaf aan verzoeken om nader onderzoek en bepaalde stukken aan het dossier toevoegde zonder het bezwaarschrift mee te zenden.
De Raad overwoog dat wraking niet bedoeld is als middel tegen procedurele beslissingen en dat een rechter uit hoofde van zijn functie wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij er uitzonderlijke omstandigheden zijn die het tegendeel aantonen. De enkele omstandigheid dat verzoeken niet werden ingewilligd en stukken werden toegevoegd, vormt geen zwaarwegende aanwijzing voor vooringenomenheid.
De Raad wees erop dat de rechters de mogelijkheid hebben om stukken die te laat zijn ingediend niet mee te nemen en terug te geven. Het ontbreken van het bezwaarschrift bij de toegevoegde stukken betekent niet dat de rechters een incompleet beeld hebben gekregen dat tot vooringenomenheid leidt.
Op grond van deze overwegingen werd het wrakingsverzoek afgewezen. De uitspraak werd gedaan door de leden van de meervoudige kamer in aanwezigheid van de griffier en uitgesproken in het openbaar op 15 oktober 2010.
Uitkomst: Het verzoek om wraking van de rechters wordt afgewezen wegens gebrek aan zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid.