ECLI:NL:CRVB:2010:BO1203
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verlaging bijstand wegens schending inlichtingenplicht met correctie verlaging naar 10%
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB en werd door het College met ingang van 1 januari 2007 met 20% gekort wegens het niet melden van werkzaamheden als prostituee op 24 februari 2006 en 21 oktober 2006.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze verlaging ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat er voldoende bewijs is dat appellante op 24 februari 2006 werkzaamheden verrichtte, maar onvoldoende bewijs voor werkzaamheden op 21 oktober 2006. Hierdoor berust het besluit van 16 mei 2008 niet op een deugdelijke motivering.
De Raad stelt vast dat de schending van de inlichtingenplicht heeft geleid tot onterecht verleende bijstand van € 963,25 netto, wat een verlaging van 10% gedurende een maand rechtvaardigt. Het besluit van 4 januari 2007 wordt herroepen voor zover het percentage betreft en vastgesteld op 10%. Het College wordt veroordeeld tot betaling van wettelijke rente over de te weinig betaalde bijstand en tot vergoeding van de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit tot verlaging van de bijstand wordt vernietigd en vastgesteld op 10%, met veroordeling van het College tot schadevergoeding en kostenvergoeding.