ECLI:NL:CRVB:2010:BO1220
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- R. Kooper
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens overschrijding vermogensgrens zonder gewijzigde omstandigheden
Appellante ontving sinds 1983 een bijstandsuitkering en was eigenaar van een woning waarvan het zakelijk recht van gebruik en bewoning was verkregen door een derde die in 2006 overleed. Het dagelijks bestuur trok de bijstand in per 1 november 2006 wegens overschrijding van de vermogensgrens, omdat appellante niet in de woning woonde en daardoor geen aanspraak kon maken op de vermogensvrijlating voor eigen woning.
Appellante voerde aan dat zij een bijzondere band met de woning had en deze wilde gaan bewonen, maar de Raad oordeelde dat het dagelijks bestuur terecht rekening hield met het volledige vermogen, inclusief de woning, en dat appellante voldoende middelen had om in haar levensonderhoud te voorzien. Ook de terugvordering van bijstandskosten over de periode 24 september tot 1 november 2006 werd bevestigd.
Verder werd een aanvraag om bijstand per 1 januari 2007 afgewezen omdat er geen sprake was van gewijzigde omstandigheden; het vermogen bleef boven de vrijlatingsgrens en appellante woonde niet in de woning. De Raad verwierp het standpunt dat de woonsituatie per 1 april 2007 relevant was voor de beoordeling van de aanvraag.
De aangevallen uitspraken van de rechtbank Leeuwarden werden bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De beslissing werd uitgesproken door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 12 oktober 2010.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wegens overschrijding van de vermogensgrens werd bevestigd en het hoger beroep afgewezen.