ECLI:NL:CRVB:2010:BO1904
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C. Bruning
- J.Th. Wolleswinkel
- A.J. Schaap
- Rechtspraak.nl
Vergoeding wegens vertrouwensbreuk en tekortkoming bij ontslag ambtenaar waterschap
Appellante was sinds 1969 werkzaam bij het hoogheemraadschap en had een vertrouwensbreuk met haar leidinggevende. Pogingen tot mediation mislukten, waarna appellante ziek werd gemeld en uiteindelijk ontslag kreeg op grond van de Sectorale arbeidsvoorwaardenregelingen waterschaps-personeel.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen het ontslagbesluit ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat de vergoeding onvoldoende was vanwege pensioenverlies en het aandeel van het college in de vertrouwensbreuk.
De Raad stelde vast dat het college vrijwel geheel verantwoordelijk was voor het ontstaan en voortduren van de vertrouwensbreuk, mede omdat het college onvoldoende stappen had ondernomen om de situatie te verbeteren. De Raad vernietigde het eerdere besluit en kende appellante een aanvullende vergoeding van €50.000 toe, naast de reeds toegekende aanvulling tot 90% van het laatstverdiende salaris en een vergoeding van €20.000.
De Raad benadrukte dat de vergoeding bedoeld is als compensatie voor het aandeel van het bestuursorgaan en niet als volledige schadevergoeding. Daarnaast werd het betaalde griffierecht aan appellante vergoed.
Uitkomst: Appellante krijgt een aanvullende vergoeding van €50.000 toegekend wegens het aandeel van het college in de vertrouwensbreuk.