ECLI:NL:CRVB:2010:BO1969
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- O.L.H.W.I. Korte
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens schending inlichtingenverplichting door werkzaamheden in grillrooms
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Naar aanleiding van een melding en observaties door de Sociale Recherche werd vastgesteld dat appellant werkzaamheden verrichtte in twee grillrooms. Het College van burgemeester en wethouders van Heerlen trok daarop de bijstand met ingang van 1 maart 2007 in en legde een maatregel op.
Appellanten maakten bezwaar tegen de intrekking en stelden dat zij geen werkzaamheden hadden verricht die zij hadden moeten melden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel in hoger beroep. De Raad oordeelt dat de onderzoeksbevindingen, waaronder observaties en inspecties, voldoende grondslag bieden om aan te nemen dat appellant werkzaamheden verrichtte die economisch waardeerbaar zijn.
De Raad stelt vast dat appellanten de inlichtingenverplichting hebben geschonden door deze werkzaamheden niet te melden, ook al werden deze niet betaald en waren bedoeld om het vak te leren. Hierdoor kon niet worden vastgesteld of appellanten bijstandsbehoevend waren. De intrekking van de bijstand is daarom terecht. De Raad ziet geen reden om af te zien van intrekking ondanks de zorg voor minderjarige kinderen. Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd wegens schending van de inlichtingenverplichting door niet gemelde werkzaamheden.