ECLI:NL:RBROT:2015:9675
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening intrekking en terugvordering bijstand wegens niet opgegeven werkzaamheden
Verzoekster ontving bijstand en werd betrapt op structurele werkzaamheden in de horecazaak van haar zoon vanaf 2 september 2015, waaronder eten bereiden, serveren en afrekenen. Deze werkzaamheden zijn op geld waardeerbaar en hebben geleid tot inkomsten die niet zijn opgegeven aan het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam.
Verweerder trok de bijstandsuitkering in met ingang van 2 september 2015 en vorderde de ten onrechte ontvangen bijstand van €547,- terug. Verzoekster maakte bezwaar en verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter overwoog dat de observaties en het fotomateriaal onmiskenbaar aantonen dat verzoekster heeft gewerkt en daarmee inkomsten heeft verworven of had kunnen verwerven.
Het verweer van verzoekster dat zij geen inkomsten had en dat het verhoor onbehoorlijk was, werd verworpen. Er is geen cautieplicht bij een onderzoek naar rechtmatigheid bijstand en voldoende onafhankelijk bewijs was aanwezig. Ook het ontbreken van een 0-urencontract werd meegewogen.
De intrekking en terugvordering worden naar verwachting in rechte gehandhaafd. Er is geen aanleiding een voorlopige voorziening te treffen en geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen intrekking en terugvordering bijstand wordt afgewezen.