ECLI:NL:CRVB:2010:BO3230
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt besluit en wijst aanvraag bijstand af wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellant heeft bij het College van burgemeester en wethouders van Gouda een aanvraag tot bijstand ingediend die met toepassing van artikel 4:5 van Pro de Awb buiten behandeling is gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit van 26 mei 2008 ongegrond. In hoger beroep vernietigt de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak en het besluit van 26 mei 2008 omdat het College geen juiste toepassing gaf aan artikel 4:6, tweede lid, van de Awb.
De Raad stelt vast dat geen inhoudelijke beoordeling van de aanvraag heeft plaatsgevonden en dat er geen sprake is van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden die bijstandsverlening met terugwerkende kracht rechtvaardigen. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat geen uitdrukkelijke, ondubbelzinnige en ongeclausuleerde toezegging is gedaan door het College.
De Raad herroept het besluit van 19 december 2007 en wijst de aanvraag van 5 november 2007 af. Tevens veroordeelt de Raad het College in de kosten van bezwaar, beroep en hoger beroep en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: De aanvraag tot bijstand van 5 november 2007 wordt afgewezen en het besluit van 26 mei 2008 wordt vernietigd.