ECLI:NL:CRVB:2022:344
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste ingangsdatum verhoogde WAO-uitkering na doorlopen wachttijd
Appellant heeft een WAO-uitkering die sinds 1996 loopt en in 2006 voor het laatst is herzien naar 25-35% arbeidsongeschiktheid. In 2015 vroeg appellant om herbeoordeling wegens verslechtering, maar het UWV stelde dit verzoek buiten behandeling. In 2018 meldde appellant opnieuw verslechtering, waarna het UWV de uitkering per 24 september 2017 verhoogde naar 80-100% arbeidsongeschiktheid. Appellant maakte bezwaar tegen de datum van ingang van de verhoging en stelde dat deze eerder had moeten ingaan.
De rechtbank oordeelde dat appellant niet had aangetoond dat er sprake was van nieuwe feiten of omstandigheden die een eerdere herziening rechtvaardigen. Ook was geen sprake van een bijzonder geval dat een terugwerkende kracht van meer dan een jaar voor de aanvraag mogelijk maakt. De Centrale Raad van Beroep volgt dit oordeel en bevestigt dat de wachttijd van 104 weken arbitrair op 24 september 2017 is doorlopen, wat de juiste ingangsdatum is.
De Raad overweegt dat het UWV terecht niet is teruggekomen op het besluit van 2016, omdat dit besluit destijds niet inhoudelijk is afgewezen. De medische gegevens, waaronder een brief van een neuroloog en verklaringen van appellant, ondersteunen het oordeel dat benutbare mogelijkheden ontbraken vanaf september 2015, maar niet eerder dan de genoemde datum. Daarmee is het beroep van appellant ongegrond en wordt de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de WAO-uitkering terecht per 24 september 2017 is verhoogd.