ECLI:NL:CRVB:2010:BO3939
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- A.A.H. Schifferstein
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering naar 35-45% arbeidsongeschiktheid per 7 mei 2001
Appellant stelde in hoger beroep dat het UWV ten onrechte het Claim Beoordelings- en Borgingssysteem (CBBS) gebruikte bij het arbeidskundig onderzoek en dat de beoordeling van zijn belastbaarheid per 7 mei 2001 onjuist was. Tevens voerde hij aan dat de mediane restverdiencapaciteit onjuist was vastgesteld en dat zijn laatst verrichte arbeid als lasser niet aansloot bij de geselecteerde functies.
De Raad overwoog dat in eerdere jurisprudentie is vastgesteld dat het gebruik van het CBBS geen relevante verschillen in uitkomst geeft ten opzichte van het Functie Informatie Systeem (FIS). Appellant heeft geen concrete medische informatie verstrekt die de juistheid van de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) betwist. De bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige hadden op basis van beschikbare informatie geen aanleiding gezien om meer beperkingen aan te nemen.
De berekening van de mate van arbeidsongeschiktheid was gebaseerd op drie geschikte functies, waarbij het loon van de middelste functie werd gehanteerd, conform het Schattingsbesluit. De Raad vond dat het UWV zorgvuldig en adequaat heeft gehandeld en dat het bestreden besluit terecht de WAO-uitkering herzag naar 35 tot 45% arbeidsongeschiktheid per 7 mei 2001. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van de WAO-uitkering naar 35-45% arbeidsongeschiktheid per 7 mei 2001 wordt bevestigd.