ECLI:NL:CRVB:2010:BO4168
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid na eigen opzegging
Appellant was sinds maart 2008 werkzaam bij een werkgever en werkte vanaf oktober 2008 als assistent accountmanager op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Hij zegde zijn dienstverband per 1 februari 2009 op vanwege een verstoorde arbeidsrelatie en om een langdurige procedure te voorkomen.
Het UWV weigerde de WW-uitkering omdat appellant verwijtbaar werkloos was geworden door eigen ontslag te nemen zonder dat dit noodzakelijk was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat het ontslag in gezamenlijk overleg was en dat de werkgever druk uitoefende om zelf op te zeggen, anders zou hij worden ontslagen zonder goede referentie.
De Raad oordeelde dat appellant de arbeidsovereenkomst zelf heeft opgezegd en dat niet is gebleken van gezamenlijk overleg. Ook was er onvoldoende grond om te concluderen dat voortzetting van de arbeidsovereenkomst niet redelijkerwijs van appellant kon worden gevergd. De werkloosheid is appellant dan ook in overwegende mate te verwijten, waardoor de WW-uitkering geheel wordt geweigerd.
De aangevallen uitspraak van de rechtbank Amsterdam wordt bevestigd en er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: De WW-uitkering wordt geweigerd omdat appellant verwijtbaar werkloos is geworden door eigen opzegging zonder geldige reden.