ECLI:NL:CRVB:2010:BO4342
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens niet verstrekken benodigde stukken
Appellante ontving sinds 2003 bijstand als alleenstaande ouder. Na melding van samenwoning met haar partner trok het College de bijstand met ingang van 21 maart 2007 in omdat zij niet de gevraagde stukken verstrekte. Appellante vroeg later bijstand aan vanaf 12 juli 2007, welke werd toegekend.
Zij stelde in hoger beroep dat de bijstand al vanaf 4 mei 2007 had moeten ingaan, omdat de samenwoning toen zou zijn geëindigd. De Raad maakte onderscheid tussen de periode 4 mei tot 3 juli 2007, waarover al een onherroepelijk besluit bestond, en de periode 4 juli tot 12 juli 2007, waarover nog geen besluit was genomen.
Voor de eerste periode oordeelde de Raad dat geen nieuwe feiten waren aangevoerd die herziening van het eerdere besluit konden rechtvaardigen. Voor de tweede periode waren geen bijzondere omstandigheden aanwezig om bijstand toe te kennen voor de datum van aanvraag. De taalbeheersing van appellante werd niet als bijzondere omstandigheid erkend.
De Raad bevestigde daarmee het bestreden vonnis en wees het hoger beroep af. Tevens zag de Raad geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wordt bevestigd en het verzoek tot bijstand vanaf 4 mei 2007 wordt afgewezen.