ECLI:NL:CRVB:2010:BN3993
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- O.L.H.W.I. Korte
- H.D. Stout
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt besluit intrekking bijstand wegens onvoldoende gelegenheid aanvraag in te dienen
Appellante ontving sinds 1998 bijstand en deze werd bij besluit van 5 januari 2007 met ingang van 15 december 2006 ingetrokken. Zij heeft zich op 16 februari en 2 mei 2007 opnieuw gemeld voor bijstand. Het College kende bijstand toe met ingang van 2 mei 2007, maar weigerde terugwerkende kracht vanaf 15 december 2006 of 16 februari 2007.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit van het College ongegrond. In hoger beroep stelt appellante dat de ingangsdatum van de bijstand eerder moet liggen. De Raad stelt vast dat het besluit van 5 januari 2007 onherroepelijk is en dat een verzoek om terugwerkende kracht moet worden gezien als een verzoek om terug te komen op dat besluit, waarbij nieuwe feiten of omstandigheden moeten worden aangetoond.
De Raad oordeelt dat de omstandigheden uit december 2006 geen nieuwe feiten zijn en dat het College terecht geen terugwerkende kracht verleende vanaf 15 december 2006. Ten aanzien van de melding op 16 februari 2007 stelt de Raad dat het CWI appellante onvoldoende gelegenheid heeft gegeven een aanvraag in te dienen, omdat geen schriftelijke uitnodiging voor een intakegesprek is verzonden en appellante ontkent dat een afspraak is gemaakt.
De Raad vernietigt daarom het bestreden besluit voor de periode van 16 februari 2007 tot en met 1 mei 2007 en beveelt het College een nieuw besluit te nemen. Tevens veroordeelt de Raad het College in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van het College wordt vernietigd voor de periode van 16 februari 2007 tot en met 1 mei 2007.