ECLI:NL:CRVB:2010:BO4596
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van medische beoordeling en geschiktheid functies bij herziening WAO-uitkering
Appellant, die sinds 1985 een WAO-uitkering ontvangt vanwege longemfyseem, betwistte de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid en de geschiktheid van de functies die hem werden aangeboden. Na diverse medische onderzoeken, waaronder door artsen in Spanje en Nederland, werd geconcludeerd dat appellant niet volledig arbeidsongeschikt is en dat de beperkingen niet zodanig zijn dat hij de voorgestelde functies niet kan vervullen.
De rechtbank stelde zich op het standpunt dat de medische beoordeling van de door haar ingeschakelde deskundige betrouwbaar was en dat de functies medisch passend zijn. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de longartsen de ernst van zijn aandoening onderschatten en dat de functies niet geschikt zijn vanwege blootstelling aan stof, rook en andere prikkels, alsmede zijn taalvaardigheid.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die aanleiding gaven af te wijken van het oordeel van de rechtbank. De Raad bevestigde dat de medische beoordeling zorgvuldig en gemotiveerd was en dat de functies passend zijn. Ook het argument over het te verwachten ziekteverzuim werd verworpen wegens gebrek aan medische onderbouwing. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.